Vrouw stelt echtgenoot aansprakelijk voor letsel door de woning.

21 oktober 2021 door
Vrouw stelt echtgenoot aansprakelijk voor schade door opstal als medebezitter

Het lijkt een hilarische krantenkop, maar voor de vrouw in kwestie, was het een groot drama. Als bezitter van een woning, stelde zij de medebezitter, haar echtgenoot aansprakelijk voor ernstige letsel dat zij opliep. Het verhaal schoot me vandaag weer te binnen, nadat ik vanmiddag van een klant een schademelding kreeg. Door de harde wind vandaag, was er een stuk dakleer losgekomen van zijn woning. Daardoor was een geparkeerde auto flink beschadigd geraakt.

De eigenaar van de auto had mijn klant al direct aansprakelijk gesteld. En wel op grond van Art. 6:174 BW. Mijn klant, zou namelijk aansprakelijk zijn als bezitter van een opstal. Zijn vraag aan mij was natuurlijk, of dat zomaar kon. Jammer genoeg voor mijn klant, is hij in beginsel inderdaad aansprakelijk. En de aansprakelijkheid van woningbezitters gaat ver. Heel ver, zoals uit het volgende geval zal blijken. Ook voor medebezitters.

De aansprakelijkheid als bezitter van een opstal weegt zwaar.

Wat gebeurde er in het geval van de vrouw, die haar echtgenote aansprakelijk stelde? Voor het letsel dat zij opliep door het gebouw? De vrouw bezat een woning; samen met haar echtgenoot als medebezitter. Op een kwade dag hing zij in de tuin een hangmat op, waarvan één uiteinde werd vastgemaakt aan een stenen pilaar. Nadat zij in de hangmap was gaan liggen, brak deze pilaar af. De onfortuinlijke dame kreeg het zware gevaarte bovenop zich, en raakte zeer zwaar gewond. Uiteindelijk hield zij een volledige dwarslaesie over aan het ongeval. Ze was voor de rest van haar leven, aangewezen op een rolstoel. In slechts enkele seconden veranderde alles.

De stenen pilaar was natuurlijk gebrekkig, dat was al snel duidelijk. Maar wie was daar nu aansprakelijk voor? De pilaar hoorde immers bij haar eigen huis.

Maar dan krijgt de zaak een bijzondere wending….

Zij krijgt het advies om de medebezitter van het huis aansprakelijk te stellen: haar echtgenoot. Niet dat zij vond, dat hij er ook maar iets aan kon doen. Neen, zij sprak hem aan als bezitter van de opstal. Zij had immers schade geleden, veroorzaakt door een opstal die gebrekkig was. En Art. 6:174 BW is daar duidelijk over: de bezitter is dan in beginsel aansprakelijk. Je hebt als bezitter maar heel weinig mogelijkheden om daar onderuit te komen. Je moet dan echt kunnen bewijzen, dat een schade, veroorzaakt door je gebouw, geen gevolg was van een gebrek. En dat kon de echtgenoot natuurlijk niet, want het gebrek was hier natuurlijk duidelijk.

Hoe liep het af voor de medebezitter?

Het echtpaar deed een beroep op hun particuliere aansprakelijkheidsverzekering, Achmea. . Deze verzekeraar echter weigerde om de letselschade te betalen. Achmea vond, dat het wetsartikel, dat de aansprakelijkheid bezitter van een opstal regelt, alleen betrekking heeft op derden. En dus niet op medebezitters. De Rechtsbank echter, stelde dat die bepaling niet in de wet was opgenomen. Met andere woorden, hier schoot de wet tekort. Er was nooit rekening gehouden met deze bijzondere situatie.

Uiteindelijk gaf de Hoge Raad de vrouw gelijk. Ook medebezitters kunnen aansprakelijk zijn voor schade door een gebouw, toegebracht aan andere bezitters. De aansprakelijkheid, en dus het schadebedrag, werd wèl beperkt tot de helft, omdat de andere helft eigendom was van de vrouw zelf. Zij kon immers niet zichzelf aansprakelijk stellen.

De particuliere aansprakelijkheidsverzekering dekt de schade aan derden, die door de woning van de verzekerde wordt veroorzaakt.

Zoals de schade aan de geparkeerde auto, waarmee ik dit verhaal begon. Nu blijkt, dat ook medebezitters van een opstal, soms met succes een beroep op deze verzekering kunnen doen

Het betreffende arrest van de Hooge Raad vindt u hier: Hangmatarrest.

Naar boven