Autoschade onderling regelen: pas op voor de risico’s
Een autoschade onderling regelen met de tegenpartij is over het algemeen af te raden, hoe makkelijk het ook lijkt. Er wordt geen schadeformulier ingevuld, u geeft elkaar vertrouwen en later wordt het dan wel “geregeld”. In de praktijk loopt dat vaak verkeerd af en wordt het een kostbare en heel vervelende toestand. Meldt u de schade bij uw verzekeraar, dan kunt u het schadebedrag bij bijna alle autoverzekeraars achteraf alsnog zelf terugbetalen.
Welke risico’s loopt u als u een autoschade onderling regelt?
Dit zijn de belangrijkste valkuilen als u een autoschade onderling regelt:
- Er wordt niets vastgelegd. Er wordt dus ook geen schadeformulier ingevuld.
- Betaalt u ter plekke iets, dan wordt niet vastgelegd dat het overhandigde schadebedrag tegen wederzijdse finale kwijting is voldaan.
- De tegenpartij bestrijdt later dat u een bedrag heeft overhandigd, of bestrijdt de hoogte van dat bedrag.
- De tegenpartij beschouwt het bedrag dat u gaf slechts “als voorschot”.
- De schade die u veroorzaakte, blijkt later opeens toch tegen te vallen.
- De tegenpartij voert later ook andere schaden op, die er niets mee te maken hebben.
- De politie is niet geïnformeerd.
- De tegenpartij komt later plotseling met één of meer getuigen.
Waarom regelt u een autoschade beter via uw verzekering?
Een autoschade die u bij uw verzekeraar meldt, hoeft u niet meer zelf af te wikkelen. Jammer van het papierwerk, het schadeformulier, maar u bent er daarna wel vanaf:
- U hoeft ter plekke geen geld te betalen.
- Uw verzekeraar stuurt een expert, of stelt op een andere manier de echte schade vast.
- De tegenpartij moet met uw verzekeraar communiceren. Daar heeft men alle kennis en ervaring in huis om dit soort schaden te regelen.
- Vervoert u goederen met een bedrijfsauto en zijn die beschadigd? Schakel dan uw bestelautoverzekering in.
Kortom, u hoeft er zelf niets meer aan te doen. Hoe het melden werkt, leest u op de pagina schade melden.
Kunt u een autoschade later zelf terugbetalen aan uw verzekeraar?
Bij bijna alle autoverzekeraars kunt u een uitgekeerde schade achteraf zelf terugbetalen. Meestal geldt daarvoor een termijn van één jaar nadat de schade is afgewikkeld.
Uw verzekeraar deelt u na de afwikkeling met de tegenpartij mee hoeveel er uiteindelijk is betaald. Ik kan dan de gevolgen voor uw korting op uw autoverzekering berekenen. Soms blijkt het voordeliger om de schade aan uw verzekeraar terug te betalen. Een autoschade onderling regelen wordt daarmee nog minder interessant.
Hoe loopt autoschade onderling regelen in de praktijk af?
De twee voorbeelden hieronder heb ik niet verzonnen. Het zijn schaden die ik helaas regelmatig te behandelen krijg bij Depremievergelijker.
Voorbeeld 1: een autoschade onderling regelen met zo’n aardige man
U stond geparkeerd en u steekt net achteruit om het parkeervak te verlaten. Opeens ziet u vlak naast u een andere auto staan. Die stond er zojuist toch nog niet… of wel? Helaas is het al te laat. Een korte droge tik volgt en u komt abrupt tot stilstand: u heeft de andere auto geraakt.
Niet veel later komt de eigenaar van die andere auto aanlopen. Gelukkig kan er nog een lachje vanaf en vallen er tot uw grote opluchting geen boze woorden. U heeft zelf geen schade en de tegenpartij heeft maar een piepklein putje in de voordeur van zijn wagen.
“Nou, dat valt allemaal wel mee”, zegt het sympathieke slachtoffer. “Mijn auto is al wat ouder en een vriend van me heeft een garagebedrijf. Ik denk dat we er met € 200 wel zijn.”
U zag uw prachtige serie opgebouwde schadevrije jaren op uw autoverzekering al in rook opgaan. Dit is dus een kans.
“Dat is erg aardig van u”, hoort u zichzelf zeggen. “Als ik u nu eens € 200 geef, kunnen we de zaak dan gelijk afdoen?” De tegenpartij is de kwaadste niet en wil zijn autoschade onderling met u regelen. Eind goed, al goed dus. Althans, zo leek het.
Na een week gaat de telefoon. Ene meneer Sonnema. Kennen wij elkaar? En hoe komt u aan mijn nummer? Het blijkt de tegenpartij te zijn, van die kleine autoschade.
Meneer Sonnema stelt dat het allemaal erg is tegengevallen met die schade. Er komt veel spuitwerk aan te pas en het putje in de deur is toch dieper dan gedacht. Ook de achterdeur heeft een tikje meegekregen, zo stelt zijn garagebedrijf. Het schadebedrag loopt nu snel naar de € 1.000. Maar gelukkig volgt er ook “een fatsoenlijke en geloofwaardige uitleg” van de heer Sonnema.
“Die € 50 die je had gegeven, is helaas niet genoeg. Een kennis die toevallig in de buurt was, zag de aanrijding gebeuren. Hij vond het trouwens nog een aardige klap. Ik wilde die autoschade best onderling regelen, maar ik ga er natuurlijk niet op toeleggen. En je nummer gaf je zelf aan mij, in je schrik. Ik heb natuurlijk wel even je kenteken genoteerd, en de politie gaf toen de gegevens van je verzekeringsmaatschappij. Die zal ik straks ook nog bellen, maar dan weet je er vast van.”
Het dringt tot u door dat het helemaal fout gaat. Wat een leugens allemaal. U beseft dat u de verkeerde heeft getroffen en dat u er nu helemaal niets meer aan kunt doen.
Voorbeeld 2: “Het was zo’n aardig meidje”
Een klant van mij, ik noem hem Daan, maakte een autoschade uit het boekje mee. Daan is 73 en uit de generatie van hoffelijke omgang met elkaar. Van elkaar vertrouwen ook. Dat kwam hem duur te staan.
Daan wil altijd wat te doen hebben en gebruikt zijn bestelauto als klusjesman. Hij zou op een parkeerplaats bij het wegrijden een auto hebben geraakt. Het slachtoffer, een jong meisje, was hem achterna gereden en had hem bij een stoplicht staande kunnen houden. Ze was totaal ontdaan, want de beschadigde auto was van haar ouders.
Daan zou nooit doorrijden na een aanrijding. Hij had echt niets gevoeld of gemerkt, maar had erg met “het meidje” te doen. Ze wist niet hoe het allemaal werkte, haar ouders waren op vakantie en die zouden haar misschien de schuld geven. Daan wilde zijn no-claim en zijn schadevrije jaren niet kwijt, en het meisje wilde een snelle oplossing. De autoschade onderling regelen leek Daan daarom een veel betere oplossing dan de autoverzekering erbij halen.
Daan stelde voor om het samen even te regelen. “Laat maar even door een garage kijken wat het kost, bel me dan, en dan geef ik jou het geld. Dan kun je het snel laten maken. Er is immers nauwelijks iets te zien.” Het meisje vond het een prima idee en wist wel iemand bij haar in het dorp. Daan gaf zijn gegevens en schreef op hetzelfde briefje dat hij schuldig was. Aandoenlijk netjes allemaal. En toen werd het stil.
De dreun kwam voor Daan door een mailtje van mij. De verzekeraar waar ik de auto van Daan had verzekerd, vroeg om een schadeformulier van die parkeerschade. De ouders van het meisje hadden die verzekeraar namelijk rechtstreeks benaderd.
Het meisje bleek na thuiskomst gelijk haar ouders te hebben gebeld, met de vreselijkste verhalen over Daan. Het was een “onbetrouwbare vent” die even een dealtje wilde maken nadat hij keihard tegen de auto was gereden. En die toen was gevlucht.
De ouders hadden de inderdaad zeer kleine schade inmiddels “deugdelijk” laten herstellen en kwamen met een nota van ruim € 1.400. Dat bedrag kon Daan niet zomaar even betalen, dus de claim kwam ten laste van zijn eigen autoverzekering. Omdat Daan drie jaar eerder ook al eens een ongelukje had gehad, was zijn no-claimkorting nu echt verdampt. Dat kost hem over de komende vijf jaar ongeveer € 2.900 meer premie.
Daan was de meest teleurgestelde man van de wereld. “Ik wilde alleen maar helpen en het snel regelen, en het was een deukje zo diep als een theelepeltje. Ze hebben die auto gewoon fijn opgeknapt.” Met dat laatste kon Daan best gelijk hebben. Voor dit soort schadebedragen komt er meestal geen expert.
Wat was er gebeurd als Daan de autoschade had gemeld?
Daan heeft ook rechtsbijstand op zijn autoverzekering bij mijn kantoor. Had hij de zaak gewoon gemeld, dan was er een expert van zijn rechtsbijstandsverzekeraar gekomen. Die expert beoordeelt niet alleen de hoogte van de schade, maar ook welke schade daadwerkelijk aan de aanrijding is toe te rekenen.
De autoverzekeraar van Daan had het hoogstwaarschijnlijk veel lagere schadebedrag dan aan de tegenpartij betaald. Daan had vervolgens het recht gehad om dat bedrag terug te betalen, en daar een jaar de tijd voor gekregen. Misschien enige honderden euro’s, hooguit.
Natuurlijk, het kan ook goed en netjes gaan. Maar u ziet hoeveel risico’s er kleven aan het onderling regelen van een autoschade. Doe het dus niet.
Veelgestelde vragen over het onderling regelen van autoschaden
Leg in ieder geval alles op papier vast. Vul samen een schadeformulier in en noteer, als u ter plekke betaalt, welk bedrag u overhandigt en dat dit tegen wederzijdse finale kwijting is voldaan. Zonder die vastlegging kan de tegenpartij het bedrag later bestrijden of als voorschot beschouwen. Het risico op een hogere claim achteraf blijft bestaan.
Nee, er komt niet bij elke kleine autoschade een expert langs. Uw verzekeraar stuurt een expert of stelt de echte schade op een andere manier vast. Regelt u de schade onderling, dan beoordeelt niemand of het gevraagde bedrag klopt en of alle schade wel bij de aanrijding hoort.
Een verzekeraar eist altijd in zijn voorwaarden dat u een schade zo snel mogelijk meldt. Ook al gaat u de schade onderling regelen met de tegenpartij, de verzekeraar wil altijd weten wat er precies gebeurd is. Als het onderling regelen toch niet lukt, en de verzekeraar pas veel later wordt geïnformeerd, kan hij in zijn belangen geschaad worden en vergoeding weigeren of die later op u verhalen.
Als u het schadebedrag later terugbetaalt, verliest u geen schadevrije jaren. Als de polis inmiddels is aangepast (en dus minder schadevrije jaren heeft) dan wordt hij weer hersteld naar de situatie van voor de schade. De meeste verzekeraars stellen wel een uiterlijke termijn. Het schadebedrag dient uiterlijk een jaar na de afwikkeling terugbetaald te worden.
Als niet goed is vastgelegd, voor welk schadebedrag de schade onderling afgedaan wordt, heeft u een probleem. De tegenpartij kan u lastig blijven vallen. En daarom, laat een schade altijd door een professionele partij afhandelen: uw autoverzekeraar dus. Later terugbetalen kan meestal nog.
Kees van den Berg

